Een nieuw pensioenstelsel; wat gaat er veranderen?

In 2019 is er een Pensioenakkoord gesloten tussen kabinet, vakbonden en werkgeverorganisaties. Dit akkoord is uitgewerkt in een wetsvoorstel dat in april 2022 naar de Tweede Kamer is gestuurd. Het Pensioenakkoord bevat afspraken over een aantal veranderingen in het pensioenstelsel. Bijvoorbeeld de verhoging van de AOW-leeftijd en ook aanpassing van de pensioenregelingen zoals in de toekomst ook bij PMA.

In het nieuwe pensioenstelsel bouwt u een eigen pensioenkapitaal op. Daarmee koopt u een pensioenuitkering aan als u met pensioen gaat. Zo wordt duidelijker wat u aan premie inlegt en wat u daarmee aan kapitaal opbouwt. Ook gaan pensioenen meer meebewegen met de beleggingsresultaten. Pensioenen gaan eerder omhoog als het economisch beter gaat maar ook omlaag als het economisch slechter gaat. Daarmee wil men pensioenen in Nederland meer toekomstbestendig maken.

De hoofdlijnen
In het Pensioenakkoord staan de hoofdlijnen:

De AOW-leeftijd gaat minder snel stijgen
In 2022 stijgt de AOW-leeftijd met 3 maanden en komt in 2024 uit op 67 jaar. Daarna zal de AOW-leeftijd niet 1 jaar stijgen per jaar dat we langer leven, maar 8 maanden. De AOW-leeftijd blijft dus gekoppeld aan de levensverwachting, maar in mindere mate. Benieuwd vanaf welk moment u AOW gaat ontvangen? Dat vindt u op de website van de Sociale Verzekeringsbank: SVB.nl.

Er komen 2 soorten pensioenregelingen
In plaats van de huidige middelloonregelingen, waarbij de hoogte van de pensioenuitkering het uitgangspunt is, komen er 2 mogelijke nieuwe pensioenregelingen. In beide regelingen is niet de hoogte van de pensioenuitkering het uitgangspunt, maar de ingelegde premie.

1.  De solidaire premieregeling
De deelnemer bouwt een persoonlijk pensioenvermogen op met de voor hem/haar betaalde premies en beleggingsresultaten. De premie wordt namelijk samen met de pensioenpremie van de andere deelnemers belegd. Er is sprake van één beleggingsbeleid voor zowel actieve deelnemers als pensioengerechtigden.

Om de risico’s met elkaar te delen wordt een solidariteitsreserve in het leven geroepen. Denk bijvoorbeeld aan beleggingsrisico’s en het langleven risico. Het pensioenfonds bepaalt de verdeelsleutels.

Na pensioendatum krijgt de deelnemer een levenslange uitkering door periodiek een stukje uit het voor hem gereserveerde vermogen te onttrekken. Ook na pensioneren beweegt de pensioenuitkering mee met de beleggingsresultaten en kan daardoor hoger of lager worden afhankelijk van de beleggingsresultaten en de rente.

2.  De flexibele premieregeling
Ook in deze regeling bouwt de deelnemer met de premies een persoonlijk pensioenkapitaal op. Ook die premie wordt samen met de premie van de andere deelnemers belegd. Voor de actieve deelnemers is er een ander beleggingsbeleid dan voor pensioengerechtigden.

Maar in deze regeling kan de deelnemer zelf bepalen welk risico hij of zij wil lopen met de beleggingen. Bijvoorbeeld door het kiezen van een bepaald risicoprofiel. De deelnemer hoeft geen keuze te maken als hij dat niet wil. In dat geval wordt er neutraal belegd.

Ook in de flexibele premieregeling komt een buffer, de risicodelingsreserve. Het verschil met de solidariteitsreserve is dat de risicodelingsreserve uit de premie wordt gevuld en niet uit de rendementen.   

Deelnemers kunnen straks kiezen voor een éénmalige uitkering bij pensioneren
Als u met pensioen gaat, wordt het straks mogelijk om maximaal 10% van uw pensioenpot ineens op te nemen. Wat de voorwaarden zijn en wanneer deze mogelijkheid ingaat, is nog niet helemaal duidelijk. Het opnemen van een bedrag ineens zorgt ervoor dat uw inkomen eerst hoger is en later lager. U heeft dan immers al een bedrag uit uw pensioenpot gehaald. Het heeft ook gevolgen voor uw belastingaangifte en eventuele toeslagen die u ontvangt. 

Wij informeren u hierover zodra er meer bekend is.