Het premiebeleid van PMA
Ten behoeve van de financiering van de pensioenrechten worden aan de aangesloten apothekers en hun medewerkers pensioenpremies in rekening gebracht. Bij de verdeling van de pensioenpremies tussen werkgevers en werknemers is het uitgangspunt dat werknemers circa 1/3e deel en werkgevers 2/3e deel van de benodigde middelen bijdragen.
Vanaf 1 januari 2005 betalen de werknemers vanaf 20 jaar een deelnemersbijdrage voor hun pensioenopbouw. De verdere financiering vindt plaats door omslag over de werkgevers. Hierbij wordt de werkgeversbijdrage gerelateerd aan het totaal aantal in dienst zijnde werknemers, dus met inbegrip van deelnemers onder 20 jaar.
De totale premielast voor de branche was in 2010 circa 13,4% van de loonsom (12 x maandsalaris + vakantietoeslag). In 2009 was dit 13,1%. In 2010 werd € 64,5 miljoen aan pensioenpremie ontvangen, een stijging met € 3,9 miljoen ten opzichte van 2009.
Deze toename is het saldo van:
- een groei van het aantal deelnemers met 1,8%;
- vrijwillige toetreding van werkgevers waar relatief hoge salarissen worden betaald;
- individuele loonstijgingen en de algemene loonstijging volgens de CAO-Apotheken van 0,75% in 2010.
Naast de pensioenpremies is in 2010 € 0,8 miljoen aan premies ontvangen afkomstig van:
- SRMA: gemiste pensioenpremie (werkgeversdeel) van deelnemers aan de seniorenregeling:
- FVP: premie ten behoeve van FVP-gerechtigden;
- pensioenbureau PMA: premie ten behoeve van de pensioenregeling van het personeel.
