De financiële crisis: PMA in herstel
Eind november 2011 heeft PMA een korte termijn herstelplan ingediend bij De Nederlandsche Bank (DNB). Tegelijk is een vernieuwde versie van het lange termijn herstelplan aan DNB gezonden.
Alle Nederlandse pensioenfondsen moeten een minimale buffer van circa 5% aanhouden bovenop de totale waarde van de verwachte toekomstige pensioenuitkeringen. Anders gezegd: alle Nederlandse pensioenfondsen moeten tenminste een dekkingsgraad van ongeveer 105% hebben. Daarboven moet nog een extra buffer worden aangehouden. Hoe groot die buffer is hangt af van de risico's die het pensioenfonds loopt rekening, houdend met de samenstelling van de pensioenverplichtingen en de beleggingen. Die buffer is dus bij elk pensioenfonds verschillend, en bovendien varieert de omvang van die extra buffer in de loop van de tijd. Als deze extra buffer wordt meegenomen, dan moet de dekkingsgraad van PMA doorgaans tussen de 125% en de 130% liggen. Als de dekkingsgraad hieronder ligt maar wel hoger is dan 105%, is sprake van een "reservetekort". Pensioenfondsen die een reservetekort hebben moeten een lange termijn herstelplan maken. Als de dekkingsgraad onder de 105% terecht komt heet dit een "dekkingstekort". Als die situatie zich voordoet moet een korte termijn herstelplan worden gemaakt.
Eind 2008 zaten we volop in de kredietcrisis. Zowel de aandelenkoersen als de rente gingen sterk omlaag. De dekkingsgraad wordt bepaald door het belegd vermogen te delen door de marktwaarde van de pensioenverplichtingen. Dalende aandelenkoersen betekent: een lager belegd vermogen, en dus een lagere dekkingsgraad. Bij een rentedaling stijgt de waarde van de obligaties; dat is dus goed voor de omvang van het belegd vermogen. Echter: omdat de gemiddelde looptijd van de pensioenverplichtingen bij het relatief jonge fonds PMA veel langer is dan de gemiddelde looptijd van de beleggingen, stijgt de marktwaarde van de pensioenverplichtingen veel méér dan de marktwaarde van de beleggingen. Een rentedaling heeft dus ook een daling van de dekkingsgraad tot gevolg.
Zo ontstond eind 2008 bij PMA een situatie van reservetekort. PMA heeft toen een lange termijn herstelplan opgesteld met ingangsdatum 1 januari 2009. In dat plan wordt aangegeven op welke wijze het fonds weer uit reservetekort kan komen in een periode van 15 jaar. Gebaseerd op de verwachtingen die er toen waren zou dit herstel zonder aanvullende maatregelen kunnen plaatsvinden indien de beleggingsrendementen zich in die 15 jaar gemiddeld op een normaal niveau zouden bevinden. In de tweede helft van 2009 en in 2010 hebben de aandelenkoersen zich goed hersteld. De rente bleef echter op een relatief laag niveau. In 2011 zijn we geconfronteerd met de schuldencrisis in een aantal Eurolanden. Een nieuwe deuk in het vertrouwen was het gevolg, waardoor de aandelenkoersen opnieuw onderuit gingen en de rente nog sterker daalde. Daar kwam nog eens bij dat de levensverwachting van de Nederlanders een aantal malen sterk naar boven is bijgesteld. Als de deelnemers van PMA naar verwachting langer leven moet een hogere reserve worden aangehouden voor de toekomstige pensioenverplichtingen. Die hogere leeftijdsverwachting heeft natuurlijk niet in de pensioenpremie gezeten die in de afgelopen jaren is geïncasseerd; die pensioenpremies waren immers gebaseerd op de lagere leeftijdsverwachtingen van daarvoor. Anders gezegd: PMA moet straks uitkeringen doen waarvoor niet is gespaard.
Al deze factoren bij elkaar hebben er voor gezorgd dat de dekkingsgraad van PMA in het derde kwartaal van 2011 onder de 105% is terechtgekomen. Op grond daarvan heeft PMA een korte termijn herstelplan moeten maken. Omdat dit korte termijn herstelplan gebaseerd is op een andere (slechtere) uitgangssituatie dan het indertijd gemaakte lange termijn herstelplan, is tegelijk dit lange termijn herstelplan bijgesteld naar de huidige uitgangspunten.
In het korte termijn herstelplan wordt aangegeven hoe de dekkingsgraad van PMA binnen 3 jaar weer boven de 105% kan komen. Gebaseerd op de verwachtingen per 30 september 2011 kan dit geschieden door toeslagverlening (dit is: verhoging van pensioenaanspraken en pensioenuitkeringen afhankelijk van de loonontwikkeling in de branche) achterwege te laten en dankzij het verwachte beleggingsrendement. Toeslagverlening is wettelijk niet toegestaan zolang de dekkingsgraad onder de 105% ligt. Mocht het herstel veel sneller verlopen dan in het korte termijn herstelplan wordt verwacht, dan kan het bestuur van PMA van jaar tot jaar bekijken of het wellicht toch mogelijk en verantwoord is om tot een zekere mate van toeslagverlening over te gaan.
Het herstel zou echter ook trager kunnen verlopen dan in het herstelplan wordt verwacht. Als dat zo is dan zal het bestuur van PMA moeten besluiten welke aanvullende maatregelen zullen worden toegepast om alsnog de gewenste mate van herstel te realiseren. Daarbij kan gedacht worden aan maatregelen zoals premieverhoging, versobering van de pensioenregelingen, korten van pensioenaanspraken en pensioenuitkeringen of een combinatie van deze maatregelen.
De dekkingsgraad van PMA wordt maandelijks gepubliceerd als nieuwsbericht op de website. Elk jaar is er een formeel moment waarop wordt geëvalueerd hoe PMA er voor staat ten opzichte van de in de herstelplannen aangegeven verwachtingen. Het is mogelijk dat op dat moment de feitelijke situatie slechter is dan in de herstelplannen is voorzien. Het bestuur van PMA zal dan vaststellen welke aanvullende maatregelen nodig zijn en wanneer die maatregelen daadwerkelijk worden doorgevoerd, rekening houdend met de daarmee samenhangende regelgeving.
Download hier het korte termijn herstelplan van PMA.
Download hier het lange termijn herstelplan van PMA.
Print